Frou Frou

een domerige clown die de wereld probeert te begrijpen


Veel weet de oude Frou Frou niet van de wereld buiten het circus. Genoeg dus om over te filosoferen. ‘Het heelal is een gedachte’, dicht hij na zijn zoveelste slapstick-botsing met een lantaarnpaal, ‘het dijt zich denkend met mij uit.’

Frou Frou is een clown van een uitstervende soort. Geen lachkanon maar een dromer die het leven probeert te begrijpen. De twee geschminkte cellisten die zo maar opkomen en afgaan, roepen met hun muziek dingen van vroeger bij hem op. Trucs die Frou Frou zich nog maar half herinnert. Kunsten die hij nooit meer vertoont. Een trompetsolo die hij ooit beheerste. De cellisten lijken soms ook op mensen die hij heeft gekend: het echtpaar dat geen kind wilde, het meisje dat hij liefhad, de circusdirecteur die alles van de sterren wist.

 

Na het succesvolle Eleonora is Frou Frou de tweede solo van Jochem Stavenuiter. Hij creëerde het personage, gebaseerd op clowns uit Fellini-films, toen hij meewerkte aan Fellini van het Noord Nederlands Toneel. Ko van den Bosch, die toen Fellini speelde, schrijft mee aan de tekst, die ook gedichten bevat van Stavenuiters oudoom Harry. De twee cellisten zijn Amber Docters van Leeuwen en Pepijn Meeuws, met wie Stavenuiter eerder samenwerkte bij het NNT en Oorkaan. 

Concept en spel: Jochem Stavenuiter

Musici: Amber Docters van Leeuwen en Pepijn Meeuws

Dramaturgie: Marijn van der Jagt

Eindregie: Hans Man in het Veld

Decor: Hester Jolink

Kostuums: Johanna Trudzinski/Helga Richter

Twintig waren ze

van het vertrouwde naar het vreemde


Bij een probleem of obstakel op je pad kan je drie dingen doen: terugkeren, er omheen, of er dwars doorheen. Drie Bambie-mannen verbeelden fysiek deze opties. Bij de eerste twee bewegingen kan je blijven wie je bent. Er dwars doorheen verandert je.


Angstbeeld: dat mensen die je denkt te kennen, ineens vreemd en onbegrijpelijk zijn. Een vriend die in de nacht een weerwolf wordt. Een huisgenoot die in een zombie verandert.

De spelers transformeren zo dat ze grip verliezen, op elkaar en op zichzelf. Door een heftige gebeurtenis. Of simpelweg door het ouder worden, de sinistere metamorfose waar niemand aan ontkomt. Op z’n Bambies reizen Gerindo Katardinata, Paul van der Laan en Jochem Stavenuiter van het vertrouwde naar het vreemde. In absurde taferelen, woeste (eenmans)gevechten en poëtische beelden.

Twintig is zo’n beetje de leeftijd waarop de spelers/makers elkaar leerden kennen. Met z’n drieën maakten ze in 1999 Bambie 6 en in 2003 Bambie 8 – voorstellingen die allebei de VSCD-Mimeprijs kregen. Hoe dit oldskool Bambieteam elkaar sindsdien wel en niet heeft gevonden, is een inspiratiebron voor hun nieuwe voorstelling. En het fotoboek Libyan Sugar van Michael Cristopher Brown over een jongen die de oorlog ingaat en er getransformeerd weer uitkomt. 

Gemaakt en gespeeld door: Gerindo Kamid Kartadinata, Paul van der Laan en Jochem Stavenuiter

Dramaturgie, eindregie: Marijn van der Jagt

Geluidsdecor: Wim Conradi

Lichtontwerp: Andre Pronk

Decor: Hester Jolink

Kostuums: Atty Kingma